Het leek wel of Olala er behagen in schepte om mij wakker te maken als ik in een diepe slaap was. “Ik droomde,” zei ik slaperig. “Waarover?” vroeg ze nieuwsgierig. Ik wist het echt niet meer. “Droom jij nooit ?” vroeg ik, om maar iets te zeggen. “Natuurlijk,” zei ze verbaasd, alsof ik net een hele vreemde vraag gesteld had. “Sommige mensen dromen nooit,” probeerde ik nog, maar ze reageerde verder niet meer. Ze was inmiddels druk in de weer met een scheerapparaat en legde mij uit dat mijn polsen glad geschoren moesten zijn voor de “operatie.” Ik vroeg haar of mijn lies ook geschoren moest zijn, maar zei gaf een ontkennend antwoord. Vreemd, dacht ik en liet het daarbij.
Later die middag kwam er nog een dame om mij voor te bereiden op de gebeurtenissen die mij te wachten stonden. Met foto’s en tekeningen liet zij precies zien hoe de dokter het hart zou bereiken, het liefst via de pols, omdat dit het meest “comfortabel” is. Via de lies is minder leuk, omdat je dan minstens 6 uur daarna stil moet blijven liggen. Ook vroeg ze me nog of ik wel genoeg aan beweging deed. “Bewegen is goed,” zei ze. Natuurlijk vertelde ze mij niets nieuws, maar nam me toch voor om haar advies op te gaan volgen. De goede voornemens zijn er dus al! Later die middag kwam Olala nog even langs. Of ik nog even in mijn bed wilde gaan liggen. Ze moest n.l. mijn lies nog scheren!
Vrij vroeg ging ik die avond slapen. Vreemd genoeg zag ik de volgende dag vol vertrouwen tegemoet. Na het douchen, de volgende morgen kreeg ik een operatieoutfit aan, dat er mogelijk nog belachelijker uitzag dan de pyjama’s, die door het ziekenhuis verstrekt werden.
Het lange wachten begon. Om 13.00 uur zou ik worden opgehaald, maar het werd uiteindelijk 13.45 uur. “Let’s go” zei Olala en voerde de stoet aan, op naar de operatiekamer. Ik was nog steeds heel ontspannen en vol vertrouwen in een goede afloop.
De gangen waren lag en eentonig en het viel mij op dat de deuren allemaal handmatig geopen moesten worden. Vreemd, dacht ik, voor zo,n modern ziekenhuis.
Op de operatiekamer was het een drukte van belang. Verplegers en verpleegster krioelden door elkaar. Iedereen had blijkbaar zijn eigen taak. Sommigen vroegen mij iets. Of ik gespannen was, of ik pijn had. Ik kon het gelukkig ontkennend beantwoorden.
Plotseling werd het heel stil. In stilte verlieten de meeste “helpers” de ruimte. De dokter kwam binnen, vergezeld door een vrouwelijke assistente. Hij begroette me weer zeer joviaal en legde nog maar eens uit wat er ging gebeuren. Hoewel de operatiekamer supermodern was ingericht met veel monitoren, was er helaas geen monitor waarop ik de verrichtingen kon zien. Ik merkte echter wel dat het niet echt vlot ging. Na ongeveer 10 a 15 minuten was de sonde voor mijn gevoel niet verder dan de elleboog. Ook de assistente deed een poging, maar verder kwam het ding niet. “Je bloed is te dik,” (of iets in die trant) zei de dokter, “ik ga het via de lies proberen..” Dat ging heel wat vlugger. De camera bewoog zich als een gek rond mijn lichaam en voor ik het wist was de “operatie” ten einde. Ik had er weinig van gemerkt. Na een korte pauze kwam hij al met de uitslag. “No blokkades,” zei hij. “You are a Lucky man.” Dat was natuurlijk heel goed nieuws, maar tegelijkertijd vertelde hij dat er de volgende ochtend nog en CT-scan gemaakt zou worden, omdat de pijn mogelijk veroorzaakt zou zijn door de longen. De opluchting was wel groot, maar de oorzaak nog niet gevonden en dat is niet bevredigend. Voor het raam van de operatiekamer zag ik inmiddels 2 bekende gezichten, die van Jan en Ine. Nadat het bloeden gestelpt was, (de assistente drukte hiervoor 20 minuten met haar volle gewicht op de wond,) werd alles zorgvuldig verbonden en kon in terug naar mijn kamer. Jan had inmiddels een DVD, ontvangen, waarop te zien is wat ik eigenlijk tijdens de operatie had willen zien. Terug op de kamer werd ik begroet door Olala. Ze wist de uitslag al en vertelde me dat ik nog diezelfde middag zou worden overgeplaatst naar een andere afdeling. Eigenlijk vond ik dat niet zo leuk, ik had het hier heel goed gehad. Ze troostte mij enigszins door te zeggen dat je daar de airco zelf mag regelen en dat was ook heel wat waard. You was a good patient,” zei ze. “A good patient or a patient patient,” ik probeerde lollig te zijn. Ze kon er niet om lachen. Toen ze mij die middag naar mijn nieuwe kamer bracht vroeg ze me nog of ik haar wilde opzoeken om afscheid te nemen, zodra ik ontslagen zou worden.
Ik beloofde het.
Ik voel een bestsellerT aankomen. Gisteren nog met Menno over gehad. Wat een schrijverT is Kees sr.!
ReplyDeleteHelemaal meeeens...wanneer kan ik het boek gaan verkopen? Dat je over zoiets serieus, zo komisch kan schrijven. Ik lees het met een grote glimlach.
ReplyDelete